Mijn verhalen

Verhalen van mij, over praten als man. Elke donderdag een nieuwe.

“Zullen we even een eindje wandelen?”

Soms is dat de beste openingszin die er is.

Tegenover elkaar aan tafel voelt een gesprek al snel als een verhoor. Je zoekt naar woorden, kijkt weg, en voor je het weet gaat het weer over werk, school van de kinderen of zelfs het werk aan de A27.

Naast elkaar lopen werkt anders. Je kijkt allebei vooruit. Er mag een stilte vallen zonder dat het ongemakkelijk wordt. Je voeten doen het werk en je hoofd krijgt ruimte. En ineens komt die zin eruit die er al weken, als het niet langer is, op lag.

Veel mannen kennen dit van de auto, van een klus samen in de schuur, van een rondje met de hond. Dat is geen toeval. Als je gewoon samen bezig bent, praat het makkelijker.

Mijn ervaring is dat je makkelijker over dingen praat als je samen met je neus in de wind loopt, of druk bent met een klus die je samen klaart. Dat praten voelt soms als zeuren of klagen, maar dat is het niet. “Klagen” is een woord om een gesprek af te kappen. Gevoelens uiten over van alles lucht juist op. Of het nu de moeheid is die ik voelde tijdens mijn depressie, of de gedachten die ik had tijdens de lockdown. Je loopt samen en het komt eruit. Zomaar opeens kon ik aan een vader van school vertellen dat ik me enorm eenzaam voelde, terwijl ik hem niet echt kende. Inmiddels zijn we dikke vrienden.

Daarom kun je bij mij ook wandelend in gesprek. Buiten, in je eigen tempo. Waar en hoe we lopen, spreken we samen af. En regent het pijpenstelen? Dan schuiven we gewoon ergens aan.

Benieuwd hoe dat werkt? Kijk op https://hey-man.nl/wandelen/ of app me gerust.

Waar praat jij het makkelijkst: aan tafel, in de auto of onderweg?

Lees op LinkedIn →

“Goed hoor, druk.” Of: “Gaat z’n gangetje, man.”

Dat zeggen we als iemand vraagt hoe het gaat. Bij de koffieautomaat, op een verjaardag, langs de lijn bij het voetbal.

En dan gaat het gesprek weer over werk. Over de auto. Over de wedstrijd van zondag, of hoe het met de kinderen gaat.

En dat terwijl je de nacht ervoor om half vier wakker lag. Terwijl je al weken alles draagt als een overvolle rugzak, maar niemand ECHT ziet hoe het met je gaat.

“Goed hoor” is geen leugen. Het is een deur die we zelf dichthouden, of hooguit op een kiertje zetten. Uit gewoonte. Omdat we denken dat de ander er niet op zit te wachten. Omdat we niet weten waar we moeten beginnen. Of omdat het gewoon niet het juiste moment voelt voor een eerlijk antwoord.

Toen ik diep in een depressie zat en iemand vroeg hoe het ging, zei ik: “Ach ja, het kan altijd beter. Maar hoe is het met jou?” Alles om maar niet over mijn eigen gedachtes en gevoelens te praten. Want wie zit er nou op mijn sores te wachten? Ik ben er toch liever voor een ander? Hulp accepteren? Neh, ik los het zelf wel op.

En dat terwijl ik wist dat het niet ging zonder een luisterend oor. Iemand die je kunt vertrouwen. Die niet meteen in oplossingen denkt, maar gewoon even naar je luistert. Iemand die juist dicht bij je staat, of juist helemaal niet.

Zonder die hulp had ik hier nu niet zo rustig gezeten om dit te tikken, terwijl thuis alles gewoon doorgaat.

Vaak is één eerlijke zin al genoeg om iets te laten verschuiven: “Eerlijk gezegd? Het gaat wat minder.” Of: “Het kan beter, man.” Je hoeft het daarna niet op te lossen. Je hoeft alleen niet meer te doen alsof.

Trek aan de bel, bij wie dan ook. Lukt het niet? Ik ben er, man!

Wanneer zei jij voor het laatst “goed hoor”, terwijl het eigenlijk anders was?

Lees op LinkedIn →

Herken je jezelf hierin?

Eén gesprek. Gratis, vrijblijvend, zonder oordeel.

Gewoon even praten? App me.

Plan een gratis kennismaking. Hoe neem je het liefst contact op?